Projects

NIEUW PROJECT IN AFKIKKER EEN AVONDJE H Y P N O S E MET PATRICK PICKART

De voorbereiding is gestart maar moet nog vaste vorm krijgen ook staat de datum nog niet vast…het begin van de vakantie….

Er zijn 3 soorten programma’s, misschien kiezen we voor het meest tricky…

Als je interesse hebt kan je alvast je naam opgeven want de plaatsen zijn beperkt.

we verkopen een 50 tal kaarten aan 5€. De organisatie is in handen van Deirdre De Cooremeter

 Inleiding bij het theaterstuk ‘HET GELUK’ voor de dag van de filosofie

We gaan nog niet direct met de deur van het geluk in huis vallen maar eerst enkele clusters van namen, sferen en ideeën oplichten om de gedachtegangen een beetje voelbaar te maken.

Een minuut stilte voor alle fisofen en dichters die voor hun overtuiging vzermoord of verbannen werden zou ee passende start kunnen wezen.

Er moeten er veel zijn maar ik denk hier nu aan de dichters Osip Mandelstam, Pablo Neruda, Brodsky, de wetenschapper David Bohm.

Mandelstam heeft samen met enkele vrienden Akhmatova, Tsvetaeva en Pasternak de Acmeïsten opgericht, wat bloesems betekent, die een verneiuwende poëzie brachten die vooral duidelijkheid wilde scheppen. Een gedicht over de snor van Stalin werd dan ook voor Mandelstam fataal, hij werd verbannen naar Siberië, waar hij ook gestorven is.

Een van zijn uitspraken is: de gouden florijnen zullen niet schitteren onder de spade van de archeologen maar zullen gebruikt worden om de kunstenaars te betalen. Hij dacht dan ook dat de wetenschap zou overhellen naar het kamp van de dichter als de tijd rijp zou zijn. Welnu ik ben ervan overtuigd dat de tijd is aangebroken om de waarheid een eerlijke en vrije plaats in de kunst van het woord aan te bieden.

We hebben geen professor filosofie gevonden om deze stelling tegen te spreken. Wat trouwens ook niet mogelijk zou geweest zijn aangezien ik mijn gouden florijn gedateerd 1302 ontvangen heb uit de handen van een edelman van het Castello Romena Pratovecchio. Toen ik achteraf nog eentje vroeg voor Steve Lacy was dit geen probleem en werd dit mij per post opgestuurd. Welke archeologen dit nu gaan vinden is een vraagteken.

Filosofie is de liefde voor de wijsheid en het doorgeven van deze bagage aan een onbekende toekomst. Wijsheid is dus rede plus intuïtie. We doen beroep op onze bewuste en onbewuste kennis, niet alleen als survival, maar ook voor de instandhouding van onze geestelijke verworvenheden, die constant in de verdrukking worden gebracht. We kunnen onze kennis niet bewust vasthouden. Onze gedachten verdwijnen in het onbewuste. dit kunnen we vergelijken met de particles van ons lichaam die voortdurend te voorschijn worden getoverd om dan terug te verdwijnen.

Onze constitutie is niet zo vast als wij denken, het lichaam is dynamisch, om de 7 jaar zijn al onze levenscellen vernieuwd. We creëren zo ook voortdurend onze persoonlijkheid. Hoogstwaarschijnlijk is deze niet eens in ons lichaam te vinden, maar a-local, buiten ruimte en tijd. Zopas een honderd jaar geleden is de vierde dimensie, het ruimte-tijdprincipe, uitgevonden of we moeten het al loslaten.

Welnu, in de lunst en in de filosofie van de ‘essentie van het leven’ spelen tijd en ruimte niet veel rol. We reizen heen en weer en puren honing uit de meest kleurrijke bloemen, een dimensie meer of minder, het doet er niet toe. want eigenlijk is ruimte een begrip dat met een ander begrip tijd samengevoegd wordt, zoals Afkikker en filosofie afkikker-filosofie wordt.

wij proberen zoveel mogelijk dimensie in te nemen; onze literatuur is ruim, ons onderzoek veelzijdig, doch filosofisch moet we wel scherp kijken, het juiste veld weten te kiezen en focussen. Het focussen gebeurt deels bewust, deels onbewust. Door wikken en wegen, triage en eliminatie brengen we orde op zaken, deze orde is van primordiaal belang; daarom moeten we ook zeer eerlijk met onze gedachten opgaan. Het onbewuste  kan men niet goed manipuleren.

Onze kennis is met zoveel neuronen verbonden dat we het allemaal niet kunnen noemen, we moeten dus naar raakvlakken zoeken, diagrammen, symbolen, rituelen…kortom elementen die een zekere synthese maken. voor mij waren dat de werken van Daisne, de muziek van Lacy, de liedereen van mijn vader, de filosofie van Bohm. Om deze kennis nu op te schrijven moeten we van  de juiste axioma’s en paradigma’s vertrekken.

Het filosofisch weten is evenals ons lichaam zeer dynamisch, het evolueert vanuit de bron van het collecteive onbewuste. wij volgen hier niet Descartes, Spinosa of Leipniz. Het collectieve onbewuste kan aangetoond worden, zodat mensen die zeer ver van elkaar verwijderd zijn toch zeer veel gemeen kunnen hebben. Zo ontmoette ik in Japan een dame die dezelfde muzikanten uitndodigde als ik zoals Steve Lacy, mal Waldron, Fred Van Hove, Evan Parker. Deze concerten organiseerde zij op de zolder van haar huis, zoals Lacy hier in de Afkikker optrad.

Het filosofisch weten mag niet enkel theoretisch uitgeschreven worden, het moet ook beoefend worden, het moet met een praxis verbonden zijn. Het onderricht kan zoals bij de loge in een half open sfeer gebeuren, het heoft niet voor iedereen te zijn, en ook niet democratisch. Gelijkgestemden vinden elkaar wel.

Filosofie houdt zo ook een samenhorigheid in, men moet gdachten kunnen bundelen en overbrengen in een ritueel. Een eenheid van kennisoverdracht wordt soms een ‘mneme’ genoemd.

Daisne heeft ons de term magisch-realisme aangereikt, misshcien kunnen we daar verder iets mee doen: life is magic!!

Mijn stokpaardje is synchroniciteit, het gelukkig toeval, dat ik eerst daadwerkelijk beleefd heb pas daarna heb ik de theorie min of meer terug gevonden bij Jung. doch het is is niet zo dat Jung de synchroniciteit heeft uitgevonden.

30 maart had ik dan ook teovallig gekozen, nu bleek het wel een goede keuze te zijn geweest aangezien het de dag van de filosofie is en zo kunnen we die dag nu daadwerkelijk beleven.

Straks gaan we een nieuwe alchemistische proef uitwerken in Afkikker, we gaan namelijk toneel spelen. Marc Dauwe en Veerle Mertens wil ik lavast danken voor hun respectievelijke rol als dokter Tormentil en secretaresse juffrouw Marlièze.

We stellen het eerste deel van het luisterspel van Daisne HET GELUK voor, dat voor deze gelegenheid gereduceerd is tot een 30 tal minuten. Het is eerder een nuchter geschreven pamflet: een bouwkundig ingenieur die een afspraak maakt bij de psychiater. Het magisch-realisme vindt wel zijn uitwerking in de spanning tussen de polen: kunstschepper en kunstgenieter.

De la communion jaillit la lumière!!

Rita De Vuyst 30 maart 2013

Een gedicht van Daisne over Het Geluk

Ik schreef er meer van die gedichten

waarin ik als verijzeld sprak

dat nimmer iets me zou doen zwichten

ze waren licht te zwak

‘t botst me terug uit kleine dingen

dat ik het nog te bravis zei

dat ik mijn vers harder moet maken

harder dan ‘t hardste rondom mij

wel ja, ik wil met hoofd en voeten

aan schoonheid en ideeën wroeten

maar stel

dat de twee liefdes van mijn leven

mijn werk en het model ervan

mij niets terug hebben te geven

wat zal ik doen aldan?

o, in die eerste ogenblikken

zal ik gewis om dat verraad

en niet eens drog liggen te snikken

maar zo weer zijn soldaat

veranderen kan niemand zich

en slechts door trouw aan ‘t eigen ik, zelfs tegen schrandren

breng je de heer in ‘t nauw

zichzelf vastklemmen, wild bezonnen

zo geen winnaar onverwonnen

ziedaar man, HET GELUK

 

Een van zijn  

 

DAG VAN DE FILOSOFIE IN AFKIKKER OP ZATERDAG 30 MAART MET HET LUISTERSTUK VAN JOHAN DAISNE HET GELUK AANVANG 20 U

HET TRAJECT VAN DE TREIN DER TRAAGHEID 3 GETUIGEN SPREKEN VOLGENS DE INTERPRETATIE VAN RITA DE VUYST

3 SOLDATEN 1 RESERVELUITENANT VERTELLEN HETZELFDE VERHAAl DE SOLDATEN ZIJN RENE DE VUYST MAURICE DE SCHOENMAECKER EN MICHEL DAMMEKENS DE LUITENANT JOHAN DAISNE ALS BURGER HERMAN THIERY DE BRONNEN ZIJN DE BOEKEN VAN DAISNE HET ARCHIEF VAN RENE DE VUYST  DE FAMILIE VAN MICHEL DAMMEKENS EN HET INTERVIEW MET MAURICE DE SCHOENMAECKER DAT WELDRA OP YOUTUBE KAN GERAADPLEEGD WORDEN

ONDERZOEK ARCHIEF EVERE DEENSIE / NALATENSCHAP VAN VAN HOOF

VOOR ONZE ACTIVITEITEN RAADPLEEG ONZE WEBSITE www.afkikker.be EN VIND ONS OP FACEBOEK ONDER AFKIKKER RAISA RUTTENBERG OF KOM GEWOON EENS LANGS IN AFKIKKER SINT KWINTENSBERG 52 GENT

Wanneer alle puzzeldeeltjes gaan ingelegd zijn, zal het duidelijk zijn dat de trein wel degelijk in Frankrijk spoorde, op het spoor van een spokerige oorlog…

Rapporten van Léon Navez en Albert Hanet over de sectie 32A wat het technische aspect betreft; 32A is de naam die gegeven werd aan DRI/A/2CA in februari 1940, gevestigd in de Kartuizerkazerne te Brugge. In 1939 werd eerst het TRI gecreëerd:troupes de Renfort et d’Instructio met de bedoeling reservisten en neiuwe recruten onder te brengen. Deze TRI was ingedeeld in DRI’s: depôts de Renfort et d’Instruction, progresseif gevormd in fase C van de mobilisatie vanaf 1 september 1939 en waarvan het gros gevromd werd door de lichting 1940 aangevuld met reservisten van voor 1925 en voorheen vrijgestelde reservisten van latere lichtingen. De Dri werden begin 1940 geherstructureerd en werden nu CRI genoemd. Ze kregen een nummer. Te Beernem werd in 1940 de regimenten 31A/32A/33A/34A/6R.A.A. en 3D.T.C.A. ondergebracht onder CRI/A. De bevelhebber was kolonel Duquesnoy die daarvoor bevelhebber was van 32A. Bij 32A werd hij opgevolgd door luitenant kolonel Scohy. 32A was als volgt gestructureerd: GRA/1 DI bestaande uit 4 batterijen gevormd door recruten en reservisten van het 1ste Artillerie regiment bestaande uit ongeveer 700 man. GRA/2 DI bestaande uit 5 batterijen gevormd door recruten en reservisten van het 2de Artillerie regiment. GGRA/2 CA bestaande uit 2 batterijen gevormd door recruten en reservisten van het 13de Artillerie regiment.

Op het moment van de vorming van de CRI/A op 14 mei 1940 wordt onmiddelijk besloten een nieuw regiment samen te stellen uit de opleidingsbatterijen van alle regimenten uitgezonderd 31A en hen ontdaan van alle geschut en materiaal, behalve een aantal geweren en kogels; 30 geweren en 3000 kogels per batterij, per trein naar Zuid-Frankrijk aan de Aude dte sturen om er hun opleiding verder te zetten met het oog op een latere terugkeer als versterking. Dit nieuwe egiment zou pas gevormd worden na aankomst van de verschllende onderdelen te Limoux. Het were onder het bevel geplaatst van luitenant komonel De Bueger, de commandant van 33D.T.C.A. De treinen reichtring Frankrijk vertrokken vanuit Beernem vanaf 15 mei 1940. (De gegevens komen overeen met het boek van Jamart, Les Belges à France en 1940, en het archief van René De Vuyst volgens een nota van Van Hoof, tevens vertelt Maurice De Schoenmaecker hetzelfde verhaal).

De reis naar Frankrijk voor het 1ste artillerie regiment in de 3de batterij van GRA/1 DI stond onder het bevel van reserve luitenant De Porre, doch zijn verslag ontbreekt volkomen in de archieven. Van 32A ging in totaal een detachement van ongeveer 2000 man met 2 treinen naar Limoux. Het 1ste konvooi, 2CA-13A en vermoedelijk 2 DI-2A vertrok op 15 mei uit Beernem onder het bevel van luitenant Dubois, reserve luitenant en commandant van de 2de batterij van 2CA en van Albert Hanet, reserve luitenant en commandant van de 3de batterij van 2 DI, kwam aan te Limoux op 24 mei 1940. Het tweede konvooi, 1 DI-1A, waartoe René De Vuyst vermoedelijk behoorde stond onder de leiding van Arthur Freedman, reserve luitenant en commandant van de 1ste batterij van 1 DI. Zij vertrokken op 16 mei, wat overeenkomt met het verslag van Van Hoof, om 3u 30 bij het krieken van de dag, ze kwamen eveneens aan te Limoux op 24 mei 1940 om 5 u. Dit komt overeen met het rapport van Arthur Freedman aan kolonel De Bueger. Freedman zorgde er tevens voor dat zijn mensen gekantonneerd werden in een straal van 10 km en dat er eten voorzien wordt. Michel Dammenkens eveneens als René De Vuyst, Van Hoof en Maurice De Schoenmaecker blijken gekantonneerd te zijn in Cépie nabij Limiux. Ik heb ook gevonden dat Johan Daisne verbleef op het kasteen van Pomas aan de overzijde van de Aude.

Te Limoux werd vastgesteld dat de commandant van 32A, luitenant kolonel Scohy niet ter plaatse is en werd kapitein commandant Willy Tollenaere als korpschef aangesteld.

De reis naar Limoux, Cépie, verliep voor René De Vuyst als volgt: disndag 14 mei 1040 om 10 u ‘s avonds te voet naar Beernem, geslapen langs de Steenweg. Om 3 u ‘s nachts naar het park in Beernem en daar verder geslapen Donderdag 16 mei bij het krieken van de morgen op een trein gestapt, die gaat over Brugge, Turhout, Lichtervelde, Roeselare, Rumbeke. Vrijdag 17 mei verder per trein door Isegem, Kortrijk, Moeskroen, Roubaix, Assebroek (Fr). Zaterdag 18 mei Boulogne sur Mer, Aras. Zondag 19 mei Abbelville, Amiens. Maandag 20 mei Gelan, Quesnay le montant, Chepsy, Valmes. Te Quesney le Montant waren er 3 treinen na elkaar. Van Hoof zat in de tweede trein, de trein voor hem had piotten geladen, in de derde trein zaten mannen tussen 16 en 35 jaar. 31 Duitse vliegtuigen hebben de treinen gebombardeerd, 3 piotten waren dood.

Op disndag 21 mei passeren ze Anneville, Rouen, Brionne en Lisieux. Op woensdag 22 mei le Mans, Angers, Nantes, Luçon en les Rochelles. Op donderdag 23 mei gaatr de reis verder langs Bordeaux, Dax, Bu, lourdes, Tarbes en Toulouse; Op vrijdag 24 mei komen ze aan in Carcassonne, vandaar naar Cépie en Limoux. Van Limoux terug te voet naar Cépie.

Op 8 juni vertrkken ze vanuit Cépie naar het front in Parijs.

De toestand is vrij benard en vooral de ravitaillering van de troepen is een heel probleem. Vanuit Limoux worden op 7 juni 4 compagnies van een 200 soldaten en officieren uitgestuurd als werkbataillon naar het front in het Noorden, Troyes -St Just Sauvages, onder bevel van kapitein commandant Roze, 14de Artillerie. Ze reizen via Meaux, Vitry-le-François en Rommilies naar Troyes waar zij aankomen op 11 juni. Deze compagnie wordt gelegerd te Ville-Chétif, vlak bij Troyes, en ingedeeld bij het IVe Franse leger. Op 12 juni ‘s avonds krijgen zij het bevel in kleine groepjes te vluchten richting Avallons en daar te verzamelen. De eenheid van reserve luitenant De Porre, waarvan Michel Dammekens deel uitmaakte, wordt bij deze vlucht gesignaleerd.

De reis van Van Hoof, waartoe René De Vuyst behoorde, verliep volgens een andere route maar iedereen, alsook Maurice De Schoenmaecker moest verzamelen en op eigen kacht naar Avallons te zien geraken, zoniet zouden ze krijgsgevangen worden genomen.

De groep van Van Hoof vertrok op 8 juni in Cépie en reed over Carcassonne, Castelnaudary, Toulouse, Cahors. Op zondag 9 juni passeerden ze Vierzon, Orléans, Etampes. Maandag 10 juni Marmant, Longueville, Rommely sur Seine. Dinsdag 11 juni Troyes, Vitry le François en terug naar Troyes. Woensdag 12 juni vertrokken ze vanuit Troyes ‘s avonds te voet naar Villechétif, 6 km ten oosten van Troyes en sliepen ze in een schuur. Donderdag 13 juni vanuit Villechétif om 23u 30 te voet in groepen van 20 naar Avallon over Tonnerre, wachtwoord ‘Camillo’. Vrijdag 14 juni te voet, onderweg volledig uiteengeslagen. Zaterdag 15 juni verder te voet, ‘s avonds op een goederentrein naar Avallon. Zondag 16 juni Autun, le Creusot. Maandag 17 juni Roanne. Dinsdag 18 juni Saint Germain des Fosses en Vichy. Woensdag 19 juni Clermond Fernand. Donderdag 20 juni Mervant. Vrijdag 21 juni JOnchère, Langongne. Zaterdag 22 juni Rommières en Montpellier. Zondag 23 juni Sète, Narbonne, Carcassonne, en terug naar Narbonne. Maandag 24 juni kwamen ze terug aan in Cépie via Carcassonne. Ze vertrokken te voet vanuit Cépie naar Preixan (8 km). Daar bleven ze 6 dagen. Vandaar ging de reis naar Alaigne waar ze 22 dagen hebben gewacht op een trein voor de terugkeer naar België. Ondertussen was Johan Ddaisne met de Duitsers aan het onderhandelen. Hun laatste stop is geweest in het schone Belvèze waar ze nog eens 36 dagen op de trein hebben gewacht. Op 27 augustus is de trein gekomen die hen via Toulouse naar Brussel heeft gebracht. Daisne was intussen begin augustus teruggekeerd.

In het legerarchief te Evere heb ik een document gevonden waarop staat dat hij van G.Q.G. of in het Nederlands G.H.K. overgeplaatst is naar CRI/A met destinatie Limoux. Bij het dossier vond ik ook een rapport van commandant Roze, annexe nr 1:

Mon groupe d’artillerie III/14 A a été fait prisonnier le 26 mai 1940. Il était à ce moment sous les ordres du It de l’active COETS commandant ai. etant hospitalisé depuis le 14/5 j’était régulièrement absent. Mon évacuation fut ordonnée par le comdt médecin SCARCEZ de la 6D I et le It de réserve ALLARD, médecin du groupe. Totalement épuisé j’avais tenu jusqu’à la limite extrême de mes forces. Le 14 évacué sur l’HM d’Anvers. Le 16, sur l’HM nr 7 à la Panne. Le 18 évacué par colonne automobile vers la France. Le 22 hospialisé au HMC Arsene Leloup à Nantes. Le 28/5 jour de la capitulation, sortant non rétabli, envoyé en convalescence au CRI/A à Limoux. Le 6/6 bien, que non rétabli, je pars au front français comme commandant de 1er bataillon du CRI/A. Point de destination Vitry-le-François-repli avec l’armée française. Le 22/6 à la capitulation je rentre à Limoux, au CRI/A. Reste en traitement de repos, sans commandant, jusqu’au 17/8/40. A cette date je rentre en Belgique par convoi automobile comme provisoirement inapté au service actif. Repris en force par l’OTAD le 1/9/40

De soldaten hebben 193 uren doorgebracht op de trein van Beernem naar Carcassonne en 102 uren op de trein van Cépie naar Parijs. 215 uren op de trein van Parijs naar Carcassonne. de terugreis van Toulouse naar Brussel verliep voor Maurice in 1 dag.

Sommigen werden door de Duitsers gevangen genomen en naar België afgevoerde of slaagden erin zelf België te bereiken in de verwarring van de terugkeer van de gevluchte burgers. Slechts 350 bereikte Avallon. ze werden gehergroepeerd in groepjes van 20 voor de reis naar het Zuiden. Deze groep bereikt Limoux, volgens de achieven van Defensie op 24 juni ondernleiding van luitenant Hoornaert, onderluitenant Dombrecht en adjudant Martens. (citatie in regimentsdagorder d.d. 26 juni 1940 van 32 A door commandant Tollenaere. Het betreft de compagnie van Hoornaert zelf. anderen zijn gevlucht in gespreide orde terug naar het Zuiden met alle mogelijke middelen. Van luitenant De Porre wordt niet gesproken zodat denfamilie van Michel niet weet nof hij met de trein dan wel op eigen keracht naar Limoux gegaan is. Maurice, René De Vuyst en Van Hoofn hebben de trein gehaald.

Een feit is dat er van de 700 nmensen van 1 DI er op 30 juni nog een 300 tal van overblijven in de streek rond Limoux, zijnde 276 soldaten, 26 onderofficieren en 7 officieren volgens het verslag van Hanet.

Op 1 juli vindt een herstructurering plaats. 32A wordt groep IV van CRI/A. Deze groep is ingedeeld in 7 batterijen onder het commando van majoor Hardenne, waarbij de manschappen van de batterijen zonder bevelhebber in één van de 7 worden ingedeeld. De 3de batterij van 1 DI waarin Michel Dammenkens zat, is zo vermoedelijk ondergebracht in de 1 ste batterij van groep IV. De Porre is waarschijnlijk niet nteruggekomen van zijn ipdracht aan het front en terug naar België gekeerd of gevoerd. 

Volgens het verslag van Albert Hanet begint het vanaf 11 juli te rommelen onder de troepen en komt er een soort van resvolte waarbij geëost wordt datn iedereen gedemobiliseerd wordt en dat de terugkeer naar België wordt georganiseerd. De revolte wordt getrokken door luitenant dokter Torrkens en reserve aalmoezenier Vergaelen uit Audenaarde. dokter Torrkens zou openlijk zijn sympatiën voor Hitler hebbenn laten blijken en bedreigde de officieren die trouw bleven dat hij ze zou weten te vinden bij hun terugkeer in België. Ondertussen verwaarloosde hij zijn praktijk als dokter en hield zich bezig met zijn vriendjes.

Torrekens deserteerde eind juli en Vergaelen kort daarna volgens een brief van Vergaelen aan de familie Dammekens. Hij schrijft hierin dat hij niet naar Alaigne is kunnen gaan, waar Michel verbleef, wegens ziekte.

Verslagen die geraadpleegd zijn in het legerarchief te Evere zijn van: Cools, Bury, Dombrecht, Freedman, Hanet, Navez en Verbrugghen.

Michel Dammekens heeft eerst de 18 daagse veldtocht meegemaakt van 10 tot 28 mei 1940. Johan Daisne was toen verbindingsofficier bij de zware artillerie. Michel is na een lange zwerftocht doorheen Frankrijk in de vallei van de Aude terecht gekomen en te Limoux gestoven op 2 augustus 1940. Zijn interesse ging uit naar het werk op het land en aan de vooravond van WO II was hij een jonge optimistische boer die ervan droomde een groter bedrijt te creëren zoals dat van wijlen zijn grootvader langs moederszijde. Hij is binnengegaan in het leger op 29 februari 1940.

Van Hoof is krijgsgevangen genomen op 27 augustus, juist voor hun vertrek naar België. Hij heeft in 6 kampen verbleven. René De Vuyst en Maurice De Schoenmaecker zijn eind augsustus naar Brussel teruggekeerd. Voor Maurice ging dit vrij vlug, voor mijn vader ging de terugkeer van Brussel naar Zafelare vermoedelijk moeilijk aangezien hij volledig uitgeput en met gezwollen voeten met een melkkar is teruggebracht. Toen was het feest bij hem thuis. en dit verhaal hij wondermooi gezonden in zijn liederen. Evenals bij Daisne is de oorlog bijna niet hoorbaar maar wel voelbaar. Dit is dan ook het verwerkingsproces van de kunst: het negatieve ombuigen tot iets moois. En dit is de rede waarom de kunst zoveel sterker is dan elk historisch verslag als deze. Beter leze men het boek Lago Maggiore waaruit ik het verhaal gedistileerd heb of luistere men naar mijn vaders lied!!

Toeval en synchroniciteit. Toen ik over deze spokerige oorlog aan het nadenken was kwam ik op de spooktrein van wikipedia terecht. Nu wordt het duidelijk waarom Maurice zei dat de Belgen in Frankrijk niet welkom waren omdat terzelfdertijd er een trein vertrokken is richting Zuiden met geïnterneerden een mengeling van andere nationaliteiten, Joden en tegenstanders van het Belgisch regime. Hun trein werd de spooktrein genoemd, ze kregen geen eten, werden slecht behandeld zowel door hun autoriteiten en de Fransen. Ze hadden op hun trein ‘espionage’ geschilderd en ‘parachutistes’. Op 20 mei zijn ze geëxecuteerd geweest in Abbeville. De trein met de soldaten Maurice, René en Van Hoof kwamen aan in Abbeville op 21 mei. Dit om aan te duiden hoe grimmig de situatie was, wat moet er in de hoofden van deze jongens hebben omgegaan?

Uit Wikipedia: ‘Drie dagen later, op 19 mei, werd de hele groep naar Abbeville gevoerd en opgesloten onder de kiosk. Toen in de nacht van 19 op 20 mei de stad Abbeville vanuit de lucht door Duitse eskaders zwaar gebombardeerd werd, dachten de Franse soldaten dat de gevangenen bevrijd zouden worden door de Duitsers. Zij besloten in de middag van 20 mei om al hun gevangenen te executeren, die vervolgens in groepjes van vier uit de kioskkelder werden gehaald, tegen de muur gezet en zonder proces doodgeschoten werden. Onder hen was er één vrouw, Maria Geerolf-Ceuterick, die vrij brutaal vermoord werd door de Franse gendarmes. Zij was één van de verdachten die in de chaos voor de inval per vergissing werd gearresteerd in plaats van haar schoonzoon, nl. de in Brugge wonende Nederlandse architect Ernst Warris). Na de executie (zonder vonnis) op bevel van een Franse kapitein die dienst deed als plaatscommandant van in totaal 21 personen van 6 verschillende nationaliteiten (waaronder 8 Belgen met o.a. Van Severen en Rijckoort) eindigde dit drama door toedoen van luitenant Leclabart, die in extremis arriveerde en deze slachtpartij kon stoppen’.

Rita De Vuyst, 26 januari 2013

 De voorbereiding van onze film DE TREIN DER TRAAGHEID vind op youtube, Afkikker, Raisa Ruttenberg 

pdf filmdag3 pdf filmdag4 pdf filmdag5 pdf filmdag6 pdf filmdag8 pdf filmdag9 pdf filmdag10 pdf filmdag11 pdg filmdag kaas en wijn pdg filmdag7

Regelmatig worden er gedichten voorgedragen van Daisne in de Afkikker zo ook voor Valentijn 13 op 15 februari deuren 19 u vrij podium en fuif in de shelter.

Na Valentijn komen de gedichten aan bod die geschreven zijn tijdens het verzet in W.O.II

Figuranten zijn nog altijd welkom voor de scène in de Sint Kwintenskapel ‘veel mannen en vrouwen in het wit’ symbool van verzet en dienstplicht bij de verzorging van gewonden. Dit is voor maart. In mei gaan we samen naar Carcassonne vertrek de week van 10 mei, inschrijven kan in Afkikker of via info@afkikker.be. De studie van Johan Daisne is pas begonnen…we werken verder om het mysterie te duiden De trein zou wel een zeer sterke metafoor kunnen zijn die nog jaren verderbolt, Afkikker heeft er een speciaal stationnetje voor gebouwd. Kwestie om vooruitziend te zijn.

DE TREIN DER TRAAGHEID van Johan Daisne

Toen ik in 2011 de novelle opnieuw las, wist ik dat ik deze zou  verfilmen, alles kwam mij te mooi en te vertrouwd voor de geest, temeer dat ik bij nader onderzoek in het archief van mijn vader, René De Vuyst, aanwijzingen vond over ‘De trein der traagheid’.

Afkikker en vzw Klimop werken samen aan een historische interpretatie van ‘De Trein der Traagheid’  we geven er vorm en beweging aan.

eeuwfeest9 

eeuwfeest20

Aan de hand van meerdere  archieven kan de treinroute getraceerd worden in Zuid-Frankrijk.

Barvrouw en verpleegster worden gespeeld door Raisa Ruttenberg, het is eigenlijk op haar geschreven. Het feest gaat door in de Afkikker met muziek van Lo Rosinhol wat ook een treffer was.

Nu de film ’Un soir, un train’  van André Delvaux vastzit in Amerika en  in België niet meer kan gedraaid worden, wordt het tijd dat we een Vlaamse productie krijgen van dit kunstwerk met een universele beeldtaal. De taal is Nederlands, Russisch, Tsjechisch en Engels.

De restaurantscène van ‘De Trein der Traagheid’ werd opgenomen in Afkikker te Gent en het veldhospitaal in de Sint-Kwintenskapel eveneens in Gent.

Een discussie over de herkomst van de professor zijn naam ‘Hernhutter’ werd op 20 november 2012 opgenomen in ‘De Gouden Florijn’ een kunstgalerij verbonden met de fuifzaal en café Afkikker.

Aangezien de novelle geschreven is op de trein van Brussel naar Gent, hebben we ook in deze trein opnamen gemaakt. Natuurlijk hebben we ook gefilmd in het park van het  ’Palais des Beaux Arts’ in Brussel waar onze poëtische reis van start ging.

De muziek van Steve Lacy, ‘solo @ afkikker’, hebben we gebruikt als ouverture, meer bepaald het nummer ‘STAND’ waarbij Lacy verwijst naar Samuel Beckett. De Occitaanse volksmuziek is gespeeld en gezongen door Lo Rosinhol, daar kan op gedanst worden. De romanisch-metaforische liederen  van René De Vuyst kleuren de rozen van Capri rood.

Michail Bezverkhni speelde magisch op het eeuwfeest van Daisne in de Sint-Kwintenskapel. De muziek werd verbonden met poëzie van Daisne en Raisa, dit zal een wonderlijk mooie afsluiter zijn van het eerste deel van onze film. Voor groepen vanaf 20 personen laten we jullie het eerste deel al proeven, reservaties via AFKIKKER, gsm 0475313997.

Tekeningen van de trein en Johan Daisne door Guy Couckhuyt

 

Zo snel mogelijk geven we jullie een voorproefje van het concert van Bezverlkhni ter gelegenheid van het eeuwfeest van Johan Daisne op youtube. We wachten op de drager…..reeds 5 maanden lang.

If Steve Lacy is not forgotten, and still lives in your memory, Michail Bezverkhni can play his tunes of his ‘P’ book, published by Afkikker. This sheet music of Steve Lacy is in the hands of Bezverkhni only as a gift of Lacy from the time they played together for the farewell concerts in Ghent 2002. 

1347 

Voor de opname van het tweede deel van ‘De trein der traagheid’ hebben we nog veel onderzoek in petto van het filmarchief van Johan Daisne dat in de Boekentoren bewaard wordt. Daar is bijzonder interessant materiaal te vinden. 

Van 16 tot 20 november loopt een tentoonstelling van fysicus Joachim Castelan in ‘De Gouden Florijn’, vrijdag en zaterdag van 20 u tot 23 u en weekdagen van 12 u tot 15 u.

 Rita De Vuyst 0475313997.

Het essay over ‘De trein der traagheid’  is reeds verkrijgbaar in Afkikker aan 15€.

Wil Daisne doorbreken tot de rangen van de wereldliteratuur dan heeft hij uw stem nodig. Hoe geven we zijn kennis door als de sociale media zwijgen. Een nieuwe uitgave van De trein der traagheid is te raadplegen on line.

DE HEILSGELIEFDE VAN JOHAN DAISNE HIERVAN HEEFT AFKIKKER OOK DE CODE GEBROKEN MEETING OP 20 JULI 2012 20 UUR HET IS EEN SPANNEND SPIONAGEVERHAAL MET HEEL VEEL LIEFDE VOOR WETENSCHAP EN KUNST DE DIALOOG IS DUS METEEN GEOPEND.

FANCLUB STEVE LACY TAKE CONTACT VIA MAIL WE ORGANISE MEETINGS AND PUBLISH HIS FAREWELL CONCERTS TO EUROPE Michail Bezverkhni is preparing unedited sheetmusic of Steve Lacy and will perform it soon in Afkikker or ‘De Gouden Florijn’.

The cd of the farewell concerts of Steve Lacy is now to buy at 15€ plus shipping.

NEXT MEETING 2nd SEPTEMBER GHENT BELGIUM  

HET  PROJECT VAN VZW KLIMOP IN 2012 IS DE VIERING VAN DE 100STE VERJAARDAG VAN JOHAN DAISNE EN DIT DOEN WE MET EEN STUDIE : LEES AL ZIJN BOEKEN EN GEDICHTEN EN JE BENT EEN HEEL JAAR ZOET ZE PRIKKELEN DE HERSENEN ZOWEL ALS HET HART EN….MEN VRAAGT ZICH AF WAAROM ZIJN WERKEN NIET MEER WORDEN HERDRUKT ZE ZIJN  ZEKER HIP GENOEG VOOR DE VOLGENDE HONDERD JAAR. HIJ GEBRUIKTE GEWOON EEN NIEUW ALFABET. DE LAATSTE LETTER IS NOG NIET ONTCIJFERD. IK HEB IN ELK GEVAL MIJN STEM GEGEVEN VOOR DE REVIVAL.

 WAT IS MAGISCH-REALISME / RAISA RUTTENBERG / KLIMOP

 

 

 Op 27 april 2012 hebben we met Klimop de eerste opnamen gemaakt voor ons docudrama VENEZY 2012; een verfilming van ’de idee’ achter ‘De trein der traagheid’ van Johan Daisne.

Ik denk dat niemand het ongewoon zal vinden dat hier in Afkikker gewerkt wordt rond het thema magisch-realisme. Alle elemenen zowel concreet als abstract zijn in onze ruimte te vinden. Het is dan ook geen inspanning voor mij ‘with the magic hand’ ze één voor één uit de ‘box’ te toveren.

Met vzw Klimop hebben we alvast het initiatief genomen voor de viering van de 100 ste verjaardag van Johan Daisne.

Dit feest kunnen we echter niet inzetten vooraleer even stil te staan bij de betekenis van de term magisch-realisme, welke Daisne geïntroduceerd heeft in de Nederlandse Letteren.

Om het magisch-realisme in te kleuren heb ik  uitsluitend gesteund op de teksten van Daisne zelf. Het is misschien wel enigszins gedurfd om vanuit de positie van de lezer de kaart van het mgisch-realism open te vouwen, maar ik vond het zo boeiend dat het een echte passie geworden is. Vorige zomer ben ik aan het grote werk begonnen.

In ‘Afreacties en Fundereingen’, gepubliceerd bij Varior, Sint-Amandsberg in 1937, lezen we het volgend vers van Daisne:

BRIEFJE

Vernon: vrees niets, jij hebt de droom, die steen der wijzen

Dat kostbaar rijk is onvernietigbaar

Beschouw de dingen op een romantieke wijze:

Contrastloosheid is met dit leven onverenigbaar

De bundel ‘Breuken Herleiden’, eveneens uitgegeven bij Varior, Sint-Amandsberg in 1936, van Johan Daisne  begint met het volgende:

Ik schrijf deze verzen niet voor academici

Ook niet voor onbesnaarden of beroepskritiekers

Ik ken hen: d’eene doodt u met een theorie

De andren met hun domheid of hun klein gepieker

Ik heb in mijn verzen heel mijn hart geleid

Gepoogd van wat ik zal geweest zijn iets te geven

Van mijn dromen, liefden, van mijn werkelijkheid

Van ‘t zonlicht en de wolken uit mijn jeugdig leven 

Doch ik denk dat de tijd is aangebroken om de teksten van Daisne terug in de handen te leggen van professoren, willen we hem een ereplaats kunnen aanbieden bij de klassiekers van de wereldliteratuur.

Ik zou persoonlijk Daisne graag vergelijken met Gyorgy Konrad van Hongarije, vanwege het autobiografisch karakter van zijn geschriften en de evenwichtige mix tussen droom en werkelijkheid. Ik zou hem ook plaatsen naast Samuel Beckett en de vergelijking maken tussen ‘Waiting for Godot’ en ‘Gojim’. Godot dat volgens mij ‘Go’  ‘Dot’ betekent en Gojim; ‘Go’  ‘Jim’. In 1938 kon Daisne inderdaad opgeroepen worden onder de wapens. In Gojim wordt er ook verwezen naar Koningsbergen waar de strubbelingen rond W.O.II begonnen zijn. Ik zou Daisne ook een plaats geven naast Italo Calvino en waarom ook niet naast Vladimir Nabokov om daatmee mijn geliefde auteurs te noemen. 

De term magisch-realisme lijkt op het eerse zicht een tegenselling. Dit is typisch voor Daisne, hij gebruikte veel woorden die opgebouwd zijn uit opponenten; vb toekomst-herinnering.  Deze tegenstelling is echter schijn, we moeten vooral oog hebben voor het koppelteken dat hier het bruggetje vormt. De eenheid zien tussen 2 opponenten was zeker in de jaren 40 van de vorige eeuw een nieuwe vondst. We kunnen dit zien als een verwijzing naar de avant-garde. Daisne heeft echter niet zoals de surrealisten het volledige gewicht gelegd op de vernieuwing van de vorm, ten koste dikwijls van de inhoud, maar zijn vernieuwing is schoon uitgebalanceerd. Zijn expeiment lag in de eenheid tussen droom en werkelijkheid. Wetenschappers weten dat er een ‘continuum’ bestaat tussen realiteit, perceptie, droom en handelen. Zij weten ook dat onze dagdromen en nachtelijke dromen gestuurd worden vanuit eenzelfde domein van onze hersenen.

 

Indien we het magisch-realisme bespreekbaar willen maken ligt het voor de hand dat we gaan zien wat Daisne zelf daarover geschreven heeft in zijn boekje: ‘Wat is magisch-realisme’. Maar ons uitsluitend beperken tot dit boekje zou ook niet verstandig zijn omdat het eerder een woordenspel is van droom en werkelijkheid. Een definitie van magie, droom, rede, werkelijkheid wordt niet gegeven en zo kan het wetenschappelijk ook niet geïnterpreteerd worden. Zo dacht men althans….de wetenschap is intussen ook al verder gevorderd en misschien kan deze tekst bijdragen tot een verzoening tussen kunst en wetenschap.

De analyse en de synthese van het wereldbeeld van Daisne kunnen we lezen in zijn boeken. Op mijn beurt heb ik een synthese gemaakt van wat ik van het magisch-realisme begrepen heb, met de bouwstenen die ik in de werken zelf gevonden heb. Ik ben dus niet op zoek gegaan naar andere inspiratiebronnen.

Wat ik voor ogen heb is een vertaling van de ‘betekenis’ die ik meen te vinden, die dikwijls zeer diep verscholen ligt, in termen die meer aansluiten bij de algemene omgangstaal.

Uiteindelijk is het de bedoeling dat we terugkeren naar de bron van Daisne zelf en dat zijn werken terug kunnen uitgegeven worden. Afkikker zal binnenkort een essay uitgeven; ‘Venezy 2012′ met een interpretatie van ‘De trein der traagheid’. Dit zal tevens een dvd bevatten met een docudrama.

De term magisch-realisme  komt van het Italiaans ‘realsmo magico’ dat beoefend werd o.a. door Massimo Bontempelli rond 1900. Ook Calvino in  ‘Il Barone Rampante’ schrijft in deze stijl. Doch Daisne heeft enkel de term overgenomen en zijn eigen inhoud eraan gegeven. Daisnes werk vertrekt van zijn eigen leven, ik zou zelfs de term hyper-realisme durven gebruiken omdat hij zijn eigen dromen en ideeën in zijn werken verwerkt heeft.

 

Andere schrijvers die Daisne aanhaalt die hem beïnvloed hebben zijn Plato, Pirandello, Poesjkin en E.T.A. Hoffmann die geboren is in Koningsbergen en een leerling was van Kant. Daisne heeft Hoffmann grondig bestudeerd omwille van de Slavische accenten in zijn werk. Geen van deze schrijvers heeft hij echter gekopieerd maar hij zal er wel verwantschap in teruggevonden hebben.

In het boekje ‘Wat is magisch-realisme’ schrijft Daisne; “louter fantastiek doodt de magie eveneens als de platte nuchterheid. Ik heb eens deze lapidaire uitstekende bepaling van gelezen: magie is bovenzinnelijkheid bewerkt door menselijke tussenkomst”. Magisch-realisme is dus verschillend van een mirakel of een sprookje. Een sprookje is louter fantasie en een mirakel is afkomstig van de goden. Natuurlijk hiermee is nog niet uitgelegd waarin de magie van Daisne juist bestaat. Het oproepen van magie vond Daisne bij alle grote kunst. Bij deze heeft hij zichzelf en terecht, bij de grote kunstenaars gerekend. Het is aan de lezers om dit levendig te houden.

Samengevat zou ik kunnen zeggen dat Daisne nog seeds tot de avant- garde behoort omdat hij in de toekomst kijkt: hij wist dat we zijn verjaardag zouden vieren!! Zijn werk omvat de verwondering en brengt de lezer in een soort roes of trance. Het incorporeert een tweede werkelijkheid die droom genoemd wordt, waarmee zijn werk een spirituele dimensie krijgt. Het magisch-realisme heeft ook een sociaal dienende functie omdat het een stukje waarheid beoogt te treffen tussen al die onware deeltjes die ons omringen. Daisne gebruikte zijn werk als een therapie om zijn verdriet of een frustratie af te schrijven. Hij heeft een nieuwe orde van denken in zijn werk ingebouwd, dat dan weer verbonden is met de eeuwenoude filosofie van Plato. Nieuwerwets is dan ook een woordje dat hem dierbaar is.

Ik heb ook gevonden dat Daisne de term magisch-realisme gebruikte als een leuze. Hij wist dat hij met Gojim in 1939 een nieuwe weg was ingeslagen en dat hij zijn stijl gevonden had, zo schreef althans de pers. Zijn allereerste werkje ‘Sonia Karinova’ kon echter niet worden uitgegeven omdat het te realistisch was; hij had gewoon zijn brieven en deze van zijn verloofde Julia Meert en nog andere brieven samengebundeld met veel poëzie als bindmiddel en dat vonden de mensen te intiem. Dit boekje is onlangs uitgegeven bij AMCV, het Letterenhuis in Antwerpen, waar zijn manuscripten bewaard worden.

Het magisch-realisme kunnen we ook beschouwen als een handtekening van Daisne, het is inderdaad een stijlelement. Algemeen kan men zeggen dat het leven zich ontplooit op verschillende niveaus; sociaal-biologisch, literair-psychologisch, politiek-historisch, fysisch-metafysisch, bewust-onbewust. Wat ik van de literatuur begrepen heb, is dat Daisne deze verschillende niveaus bijna onopvallend over elkaar heen laat schuiven zodat er een zekere gelaagdheid ontstaat en het werk een consistentie krijgt. Verschillende woorden krijgen zo verschillende betekenissen volgens de context die de lezer erin terugvindt. Dus iedereen leest zijn werken anders. Anderzijds kan men ook zeggen, wanneer men zijn werken herleest men deze ook steeds verschillend zal lezen omdat men er andere elemenen in teugvindt.

Hoe meer men begrijpt hoe leuker het wordt en hoe meer men ziet dat de puzzeldeeltjes in elkaar passen. Veelal slaat Daisne een zijstraatje in en de lezers volgen gedwee en zonder het te merken wordt een andere wereld opgeroepen. Dikwijls wordt het een verhaal in een verhaal….zoals de Russische poppetjes. Zijn werken samen vormen dan het grote werk zoals bij de alchemisten. Alchemie is ook een toegepaste wetenschap en is evenwel een theosofie, ‘a mystic way of life’.

 Magisch-realisme was voor Daisne ook een marketingconcept. wetende dat hij in de  Economische Wetenschappen doctoreerde, wist hij zeer goed dat er een nieuwe term nodig was om zijn werken bij het publiek te brengen. Magisch-realisme sloeg direct aan zowel bij de pers, lezers, uitgeverijen en de literaire wereld. Een vierde element van het magisch-realisme is de metafoor of de verdichting van de werkelijkheid. Aangezien Daisne debuteerde als dichter is dit niet verwonderlijk. Men spreekt zo van een metaforische iconiciteit. Daisne kon beelden oproepen die in onze geest werkzaam zijn als iconen. Eén der sterkste metaforen is wel de ‘trein’. In zijn novelle ‘De trein der traagheid’ heeft hij er ook de wet der traagheid ingestopt, wat op het abstracte niveau kan uitgelegd worden als het geloof in het leven na de dood. En het is op dit tweede leven dat zijn werken nu gericht zijn. Daisne heeft de trein ook dikwijls in andere werken gebruikt; vb als titel ‘Heer zijn wij de trein die rijdt of de trein die stilstaat’. In mijn dossier aan Stad Gent heb ik als titel gebruikt: ‘Waar de trein bleef stille staan’, dit om de trein terug in beweging te krijgen omdat stilstand ook beweging oproept en  de zin ook verwijst naar de sterre..

Ook eufemisme kunnen we als kenmerk van het magisch-realisme vernoemen. De oorlog was veel te erg om daarover rechtstreeks  te schrijven, daarom heeft hij het geweld bedekt en onder gedekte termen de sfeer van de oorlog opgeroepen. Het is dan ook de stilte tussen zijn woorden die voor de spanning zorgt en de magie oproept. Steve Lacy zei: ‘The notes you don’t play are the most important”. Een tweede vb van eufemisme kunnen we ook halen uit ‘De trein der traagheid’. We weten dat iedereen in de trein slaapt en dat de leraar, de professor en de student ook hebben geslapen. Daisne vertrekt van een concreet gegeven, de mensen slapen wel vaker in de trein. Ook de soldaten sliepen toen ze met de trein naar Frankrijk werden gevoerd bij het begin van W.O.II, omdat ze het contact met de vertrouwde werkelijkheid verloren hadden. Verder in het boekje wordt de leraar wakker, alsook de professor en de student. Hier maakt Daisne de connotatie met de abstracte betekenis van slapen. Hij bedoelt dat de mensen geestelijk niet goed wakker zijn. Zo brutaal weg kon hij dat natuurlijk niet zeggen en daarom gebruikte hij de beeldspraak.

Misschien dat de ‘mneme’ als begrip ook iets kan toevoegen aan het magisch-realisme. De mneme is een eenheid van informatieve herinnering dat door middel van cultuur wordt doorgegeven. Dit in tegenstelling met de erfelijkheidsleer. Niettegenstaande dat Daisne het gevaarlijk vond om slaapwandelaars wakker te maken, heeft hij het toch op zijn manier gedurfd om bepaalde waarheden naar voor te brengen. Hij wou de mensen zelf doen nadenken, hen diplomatisch wakker schudden en zo zijn informatie op een quasi runische wijze doorgeven om bepaalde gedachten levend te houden en het denken te activeren.

Het bovenzinnelijk reddingsplan is duidelijk ook een eigenschap van het magisch-realisme, het behoort  tot de kern van Daisnes bestaan; de mensen dichter bij de waarheid brengen. In de godsdienst zou men zeggen ‘dichter bij God’. Het reddingsplan van Daisne staat in verband met de verlichting van het taoisme en zen.

Verder heb ik ook de tijd-dimensieloosheid aangestippeld. Dit wordt in ‘De trein der traagheid’ expliciet aangegeven. Alle klokken zijn stil gevallen op half zeven, de tijd dat Daisne op de trein zit van Brussel naar Gent. Het is ook het moment dat hij verzinkt in de droom en terugdenkt aan de oorlogstijd in Carcassonne, Frankrijk. Dimensie slaat ook op ruimte. Tijd en dimensie zijn echter niet los te koppelen.  In de trein weten de leraar en de professor niet waar ze zijn en ze vermoeden dat ze op een internationale trein zitten op weg naar de vreemde. Het gevoel van ‘gedepayseerd’ zijn kenden de soldaten destijds ook zeer goed wanneer ze door Frankrijk reden. Ook in Gojim (Raissa) en de andere verhalen van ’6 Domino’s voor vrouwen’, wordt tijd en ruimte niet duidelijk omschreven. Dit gaat over de herinnering waarin men zeer goed kan overschakelen van de ene ruimte naar de andere. De herinnering roept het verleden op, terwijl in de droom men eerder een toekomstperspectief voor ogen heeft. Daisne speelt voortdurend met de spanning tussen herinnering en droom. Hij keert meestal terug naar de realiteit door middel van een shock of ongeval.

 

 Het magisch-realisme als wapenschild en wapenspreuk is ook een mooi gezegde van Daisne. Hij zou de magie en het woord gebruiken om te strijden en zijn kennis door te geven om zo de gehele mensheid te dienen. Want het magisch-realisme was een kunstmatige schepping van schoonheid die de gehele mens moet voeden.

Een filosofische betekenis heeft het magisch-realisme ook vast en zeker. Het is wellicht verkeerd hier rechtstreeks naar Plato te verwijzen omdat de leer van Plato slechts uitzonderlijk kan gekend worden. Het betreft een geheime leer die men slechts door inwijding kan kennen. Toch zijn de basispunten voor iedereen begrijpbaar: goedheid, schoonheid, wijsheid en rechtvaardigheid.

In ‘In het Teken van Esmoreit’ schrijft Daisne op p 26 ‘De moderne mens heeft meegeleefd met de techniek; hij weet niet dat de zuivere wetenschap al weer weg geëvolueerd is van Descartes, Darwin en Freud, terug naar Platoon en Peter Pan, naar de goede oude degelijke dingen die ‘aeternalia’ heten. 

 Op een gegeven moment was Daisne begonnen met de term magisch-realisme in vraag beginnen stellen. Hij wou geen aanstichter van een stroming zijn en zocht naar iets anders zonder het magisch-realisme, dat zijn leuze was, los te laten. Daarom beschreef hij zijn beginperiode als romantisch magisch-realisme omdat deze stijl zo vanzelf gekomen was. Later is hij zijn magisch-realisme meer technisch gaan benaderen omdat een roman schrijven ook een technisch stramien veronderstelt. De leest van zijn latere periode noemt hij het klassiek magish-realisme. Bij deze wou hij zichzelf nogmaals plaatsen bij de grote klassiekers. Ondertussen had hij van de wereldliteratuur zijn wetenschappelijk werk gemaakt en dit in relatie tot film als zevende kunst.

Zijn bagage was enorm en waarschijnlijk was Gent en het Nederlands taalgebied te klein (wellicht nog steeds) om dit allemaal naar waarde te schatten.

Synchroniciteit is mijn stokpaardje. Ik hou van toevalligheden zoals bvb Onlangs liep ik  de Boekentoren binnen toen er juist een uitverkoop was van oude boeken. Ik liep door tot het einde van de gang en dacht als ik nu iets vind van Daisne…Ik nam lukraak een boekje uit de bak ‘Dietsche Warande en Belfort’ en middenin vond ik het volgende gedicht:

Wees gegroet, Madonna vol van gratie

Opperst aangezicht van eeuwig schoon

Maagdelijke meesteres der passie

Zoete moeder van Gods beste Zoon

Wees gegroet, o liefste Vrouw der vrouwen

Doog mijn minnedrift en koester mij

Laat in mij de liefde nooit verlauwen

Bid voor mij lijk ik U benedij:

Uit de gloed van mijn dromen

En het dankbare stromen

Van mijn erfelijk bloed:

Wees gegroet!

 

In Veva op p 265 van ’6 Domino’s voor Vrouwen’ schrijft Daisne: maar een gunstige samenloop van omstandigheden heeft me weer gebracht naar de Taverne des Beaux-Arts, die als het ware  het hoofdkwartier is geweest van de belangrijke episoden uit de geschiedenis van FRAWARADAR. Frawaradar is een runewoord wat wil zeggen: de dappere is gedood. Veva is zijn muze die in het theaterstuk sterft door een te sterke druk van de regisseur. In de novelle Veva wordt ze ziek omdat haar moeder gestorven is. Bij een volgende show met Vaclav als manager/producent, komt ze om in een brand tijdens de show op het ogenblik dat Chris die haar broer, haar minnaar en regisseur is, zelfmoord pleegt op zijn hotelkamer. Hier herkent men heel duidelijk de verschuiving van het ene niveau over het andere. De opvoering kan nog concreet beschouwd worden maar de zelfmoord moet met interpreteren op het abstracte niveau. Ook broer en zus moet men interpreteren als behorend tot dezelfde kunst-familie in tegenstelling tot Vaclav die tot een andere clan behoort. Deze novelle verwijst naar een later roman ‘De man die zijn haar kort liet knippen’, die Daisne geschreven heeft na de dood van zijn vader. Deze roman heeft ook gewerkt als therapie om zijn verdriet te verwerken.

Over  de metafysica, die ook  deel uitmaakt van het magisch-realisme kan niet veel gezegd worden omdat deze eigenschap te persoonlijk is.

Ook de verwondering zal voor iedereen verschillend zijn. Wat mij het meest verwonderde is de binding die bestaat tussen al zijn novellen, poëzie en boeken.

De ascese is voor Daisne ook zeer belangrijk geweest omdat hij overtuigd was, indien hij energie kon uitsparen op één niveau, hij deze energie zou kunnen aanwenden op een ander niveau. Men kan het vergelijken met een som geld verdelen, wat men uitspaart voor het ene  kan gespendeerd worden voor iets anders. Ik wil er maar op duiden dat Daisne veel verstervingen gedaan heeft om zo een immens coherent oeuvre te schrijven.

Splitsing van de persoonlijkheid komt ook vaak voor in de boeken en novellen van Daisne. Veelal zijn het afsplitsingen van zijn eigen persoonlijkheid. Hij neemt het niet nauw met de ondeelbaarheid van de persoonlijkheid. Ook de vrouwenbeelden schuiven over elkaar heen. Men kan zelfs zeggen dat wanneer Daisne zich sterk genoeg iets inbeeldt, deze droom een bijna zelfstandig leven gaat leiden. De afsplitsing van de persoonlijkheid creëert een afstand tussen de persoon die hij beschrijft en de literatuur. Het is ook bijna nooit geheel duidelijk over wie het eigenlijk gaat. De personages in ’6 Domino’s voor Vrouwen’ lopen in elkaar over. Op deze manier komt hij ook steeds dichter bij de idee van de vrouw en dus ook dichter bij Plato.

Door het feit dat Daisne de dromen laat meespelen in het spel van de perceptie wordt op het vlak van het onbewuste voortdurend nieuwe structuren geschapen die zelfs als we slapen hun denkproces verder zetten. Kunst kan op deze manier de bindingen van de neuronen wijzigen zodat ook nieuwe ideeën ontstaan die ons denkvermogen flexibel maken. Volgens het psychisch automatisme brengen nieuwe gedachten ook nieuwe handelingen met zich mee en zo kan het evenwicht telkens worden hersteld.  Een treffend voorbeeld is het feit dat ik begonnen ben met Lago Maggiore te herlezen en bijgevolg meer dan 50 werken van Daisne gelezen heb en een gans project heb opgestart met vzw Klimop dat qua timing wonderwel inpast bij de viering van 100 jaar Daisne.

Een zeer belangrijk kenmerk van het magisch-realisme is de toepassing van de semiotica op de werken van Daisne. Het is vrijwel duidelijk dat we de geheimen van Daisne enkel kunnen decoderen in de context van semiotiek en semantiek. Semantiek duidt op de betekenis die men aan zijn geschriften toekent en semiotiek is de leer van tekens en symbolen. Een boek kan ook opgevat worden als een verzameling van tekens. Om de werken van Daisne te begrijpen moet men er een zekere betekenis kunnen aan geven. Maar deze betekenis ligt veelal juist buiten het boekje. Daisne roept veelal een wereld op zonder hem te benoemen. Het is de lezer die het boek moet afmaken via zijn persoonlijke interpretatie. In de literatuurstudie komt het accent ook meer en meer te liggen op perceptie, dus op de activiteit van de lezer en zijn cognitieve verwerking van de teksten. Vroeger lag het accent van de studie meer op stromingen die men vanuit een algemene studie had vastgelegd.  Nu beseft men dat kunst toch meer op het individuele vlak moet benaderd worden.

Er zijn drie bewegingen van semantiek die in de werken van Daisne terug te vinden zijn:

a) Buitentekstuele semantiek: deze verwijst naar een werkelijkheid  die niet in de tekst staat, vb de oorlog in ‘De trein der traagheid’.

b) Intertekstuele semantiek: deze verwijst naar andere werken van dezelfde schrijver. In Baratzeartea zegt de schrijver tot Gratien toen hij sprak over Carcassonne en de oorlog: ik merk dat je Lago Maggiore niet gelezen hebt, want daarin staat dat ik de Belgische soldaten in Montpellier heb ingehaald toen ik als luitenant belast was treinen te zoeken voor hun terugkeer.

c) Autonome bewegingen van semantiek, verwijst naar delen van de tekst zelf, vb op verschillende plaatsen in de tekst van ‘De trein der traagheid’ staat er dood-gewoon. Volgens mij verwijst dit reeds  voldoende naar de oorlog omdat enkel in de oorlog de dood zo doodgewoon kan lijken.

De wederopstanding moeten we ook vermelden als behorend tot het magisch-realisme. In veel gedichten wordt daar naar verwezen.

In Schimmen om een Schemerlamp lezen we op p 84:

Ze zagen het niet en ze zien ‘t niet. En nu ben ik te oud om nog iemand iets te leren. De draad waaraan mijn leven hangt is haast helemaal doorgesleten; de schikgodin zal ‘t nu niet lang meer maken. Ik krijg bovendien zwarte vlekken en stof voor mijn ogen. Maar niet daarom noem ik mijn einde roemloos. Jullie weten nu waarom ik mijn voorbije leven beschouw als mislukt en jammer vergeefs. Rare memoires denk je misschien. Och nee, jullie kennen me wel. Ik ben maar een oude spiegel (in spiegelschrift).

Zo ook kunnen we ons blijven spiegelen in de werken van Daisne en ieder voor zich een nieuwe orde ontwikkelen. Aan ons om daar verder aan te werken.

Met Klimop onderzoeken we GOJIM, het is vrij moeilijk te duiden. Het is zijn eerste gepubliceerde novelle geschreven begin 1939. De eerste roman Sonia Karinova is uitgegeven bij het AMVC Antwerpen, deze was geschreven in 1938. Renée is een verdere uitwerking en transpositie van Sonia Karinova. ’6 Domino’s voor vrouwen’ is geschreven tijdens de oorlog. In verschillende roman’s wordt verwezen naar Carcassonne waar Daisne verbleef, meer bepaald op het kasteel van Pomas van eind mei 1940 tot 9 augustus 1940. Als luitenant was hij toen belast de Belgische soldaten terug naar België te brengen. Het zoeken van treinen en de onderhandelingen met de Duitsers heeft 3 maanden geduurd en mag dus wel DE TREIN DER TRAAGHEID genoemd worden. 

DE WET DER TRAAGHEID IS NOG STEEDS WAT KRACHT

Het essay: ’VENEZY 2012′ zal deze zomer gedrukt zijn en 10 mei is onze 2 de filmdag in Afkikker met Franse volksmuziek Rosinhol. . 

JOHAN DAISNE

HET GROTE AVONTUUR

IS TOT JE LAATSTE UUR

TE LEVEN, HOE DAN OOK

‘T VERLEDEN WERD GEEN ROOK

IN BOEKEN BRANDT HET VUUR

EN BLIJFT NU IN DE SCHUUR

SCHIJNBAAR GEEN BRANDSTOF OVER

GELOOF NOG IN DE TOVER

VAN EEN GEVORDERD UUR

DE NACHT HEEFT OOK ZIJN ZONNEN

ZIJN BRAILLESCHRIFT, HET VUUR

DER EINDELOZE BRONNEN

HET GROTE AVONTUUR

IS WACHTEN OP ELK KOMEN

GELOVEN DAT JEUGDDROMEN

ONEINDIG ZIJN VAN DUUR     

 [simage=359,max,n,center,]  [simage=235,max,n,center,]

 http://www.snob.ru/profile/blog/16290/28444

 Video-art  van Vladimir Kaigorodov   met stem van Jan Hoet  (het was gesprek met Jan Van Imschoot over actuele kunst) op uitnodiging van vzw Klimop.

Dit jaar werken we  aan de geschiedenis van “Het Hooghuys” . De eigenaars zijn  gekend vanaf de 16de eeuw, dankzij historicus Daniel Lievois. De dieren zijn herkend door het museum voor Dierkunde Gent. De scherven van  vaatwerk gewassen en geteld. 

In de Zwarte doos waren we zelf op zoek gegaan naar de eigenaars, het was ons gedeeltelijk gelukt tot 1700 terug te gaan. Maar de mooie aaneensluiting in een ruimere context kunt u hier lezen van Daniel Lievois.

daniel lievois

Onze historiek van evenementen vanaf the eighties :

historiek              See the list of events we organised

 ”Medieval Earth” thausand years of darkness and suddenly the light falls in. Come to see…..

 logo hooghuys

het letterhuis opm: de laatste herdruk van ‘De trein der traagheid’ dateert van 2005 en kan esteld worden bij Story boekhandel Gent op Sint-Kwintensberg

Leave a Reply